Carmen: "Als ik het verkeerde artikel mee naar huis bracht, werd ik in elkaar geslagen".

Carmen had vroeger een hele gemene moeder die geen liefde kon gegeven en Carmen alijd beledigde en afkatte. Op latere leeftijd is Carmen zich gaan verdiepen in de narcistische persoonlijkheidsstoornis, zag ze dat haar moeder er één was volgens het boekje.




Ik was toen al 45 jaar en werd nog altijd door haar vernederd, beledigd en nooit aardig bejegend. Maar ik had wel een lieve vader, dus voor hem hield ik het contact in stand. Hij moest al met zo een vrouw leven en als hij dan ook één van zijn kinderen niet meer zou zien, dat zou ik zo erg voor hem vinden. Met beide zussen van mijn vader kon ik het goed vinden. Ik kon goed met de beide zussen praten en ik vond bij hen de liefde die ik bij mijn moeder niet kreeg.


Mijn jeugd was, zoals ik erop terugkijk, erg eenzaam. Voor mij gevoel liep ik met een soort geheim liep.

Mijn jeugd was, zoals ik erop terugkijk, erg eenzaam. Voor mij gevoel liep ik met een soort geheim liep. Het geheim was dat ik een verschrikkelijke moeder had en ik zag natuurlijk dat anderen dat niet hadden. Ik was een bovengemiddeld intelligent meisje en toen ik het schooladvies VWO kreeg, en ikzelf het liefst HAVO wilde doen, bleef mijn moeder op mij inpraten dat ik naar de huishoudschool moest. Meisjes hoefde volgens haar niet door te leren. Zij had immers ook op de huishoudschool gezeten. Ik ben wel naar de HAVO gegaan en heb succesvol mijn diploma gehaald. Mijn vader was trots, maar van mijn moeder heb ik echt nog nooit wat gehoord. Wanneer wij familie bij ons op bezoek hadden, zei iedereen zei hoe goed zij het vonden. Het liefst bracht mijn moeder het gesprek dan op iets anders, vooral op hoe vervelend kind ik was.


Ook op de middelbare school leefde ik met mijn geheim en durfde ik niemand mee naar huis te nemen.

Ik was ontzettend bang voor haar, omdat ze mij ook sloeg. Als ik op 6-jarige leeftijd een boodschap moest doen en het verkeerde artikel mee naar huis bracht, dan werd ik in elkaar geslagen. Als iemand tegen haar zei “wat heb je een mooie dochter” dan zou zij wel even vertellen hoe lelijk ik was en hoeveel ik op de zuster van mijn vader leek. Ook op de middelbare school leefde ik met mijn geheim en durfde ik niemand mee naar huis te nemen. Op één vriendinnetje na, Cindy. Zij is nog steeds mijn vriendin en zij weet precies hoe mijn moeder is en wat ik heb meegemaakt.


Ik ging op dansles en dat maakte me heel erg gelukkig. Ik bleek talent te hebben. Volgens mijn moeder natuurlijk niet. Ook zij ging op dansles en was volgens haarzelf veel beter dan ik. Uiteindelijk is dansles geven mijn werk geworden. Een paar jaar geleden ging ik met mijn schoonzus, de vrouw van mijn broer, een dagje weg. Ik heb nooit gesproken over de situatie met mijn moeder, maar zij zag dat natuurlijk wel al die jaren. En begon er die dag over. “Wat is dat toch met jouw moeder, wat is zij altijd onaardig. En jij bent juist altijd degene die de leuke feestjes regelt en haar altijd verwent. Wat is dat nou?” Mijn broer wilde er schijnbaar niet over praten en dat heb ik na heel lang aandringen wel gedaan. Ik wilde eigenlijk nog steeds zo netjes blijven om er niet over te praten.


Ik probeer het anderen altijd zoveel mogelijk naar de zin te maken.

Zelf ben ik een verschrikkelijk liefdevolle moeder, die alles en dan alles heb ik over voor mijn zoon. Ik ben vaak onzeker over wat ik wel en niet kan. Ik probeer het anderen altijd zoveel mogelijk naar de zin te maken. Ik ben een gever, geen nemer. In een relatie heb ik mezelf geleerd om voor mezelf op te komen. Da gaat gelukkig tot op zekere hoogte goed. Ik kan mensen absoluut niet kwetsen, daar kan ik niet mee leven. Het grappige is dat ik heel geliefd ben, mijn leerlingen zijn dol op me. Terwijl ik dat schrijf krijg ik tranen in mijn ogen.


Sindsdien heb ik haar nooit meer gezien en dat ga ik ook nooit meer doen.

Tot mijn grote verdriet overleed mijn vader in 2017. Ik had altijd gezegd, dat als mijn vader eerder overlijdt dan mijn moeder, dat kom ik er nooit meer. Maar wat deed ik? Ik ging toch, alleen de situatie bleef hetzelfde. Echter, trok ik dit keer mijn mond open op een zeer nette manier. Zij was toen zo beledigd dat ze niet op de verjaardag van mijn zoon kwam. Het was toen klaar voor mij. Sindsdien heb ik haar nooit meer gezien en dat ga ik ook nooit meer doen. En wat ben ik blij! Heerlijk dat ik nooit meer naar dat chagrijnige hoofd te kijken, nooit meer die laagbegaafde gesprekken met haar hoef te voeren. En vooral nooit meer beledigd, vernederd en afgekat wordt. Dit had ik veel eerder moeten doen!

80 keer bekeken0 reacties